Throwback trauma
Van vijfsterrenkliniek naar kosmische paniek
We wonen net een jaar als expats in Taiwan wanneer ik weer een positieve zwangerschapstest in m’n hand heb. Zwanger vertoeven in een heerlijk warme Aziatische winter en dan bevallen in Nederland, is het plan. Kleine culturele botsingen maken ons tot nu toe aan het lachen en (de erg open minded) Gynaecoloog giert op zijn beurt ook om ons, aka ‘die brutale Europeanen’.
Cultuursnuiven XXL
Op dag één van de corona-uitbraak zit Taiwan al achter slot en grendel, en moet ik accepteren dat een bevalling in Nederland ’m niet meer wordt, wat nu eigenlijk toch ook best wel prima is. Gewoon verwachtingen opzijzetten en meevaren op de uitgebreide versie van cultuursnuiven, als een soort XXL-vakantie. Maar een van de culturele verschillen maakt me – nogal zacht uitgedrukt – erg bang voor de grote dag: ik moet helemaal in m’n uppie de keizersnede ondergaan. Al oogt de geboortekliniek als een vijfsterrenhotel, het decor verandert zodra ik denk aan het moment dat ik helemaal alleen op die koude operatietafel lig. Zonder Echtgenoot bij me wordt mijn buik voor de tweede keer opengesneden en in rap tempo schuift het gevoel van superdeluxe naar dat van een horrorhuis. Gynaecoloog weet dat mijn eerste bevalling van begin tot eind in de soep liep, behalve dat mijn zoon en ik die ramp hebben overleefd, en dat ik daar diepgewortelde trauma’s van meedraag. Dus op zijn kalme Taiwanese manier waagt hij een poging om mij gerust te stellen. ‘Calm down now…’ Terwijl mijn angstniveau iedere seconde harder door het dak schiet, hoe dichter we bij de ok komen.
Scheurende kontzak, standje hyperventilatie
De ruggenprik zit. Nu moet ik eraan geloven. ‘You need to calm down now, Mrs.’ Echtgenoot wordt de ok uitgestuurd, hij moet wachten op de gang. Hij spreekt me nog bemoedigende woorden toe die ik door mijn paniekaanval niet meer versta. Ik wil alleen bij hem zijn en me onder zijn trui verstoppen. Ik hou hem stevig vast zodat hij niet bij me weg kan lopen, maar hij probeert toch van me los te komen terwijl de harde piep die mijn hartritme simuleert op tilt slaat. ‘You really need to leave now.’ Ik trek zo hard aan Echtgenoots kontzak dat-ie bijna uitscheurt en ik kan er niets aan doen maar mijn huil komt vast te zitten in standje hyperventilatie. Met al m’n kracht probeer ik van de operatietafel af te klimmen, maar de ruggenprik doet z’n werk goed en houdt me op m’n plek. Door de waterval aan tranen zie ik met moeite nog net de ok-deur sluiten, wat betekent: hij is weg, nu gaat het echt beginnen, fml. En precies op het moment dat ik écht van onmacht compleet begin door te draaien, bedekt een masker mijn mond en neus en ik hoor weer de warme stem die me al eerder probeerde te kalmeren: ‘Breathe normally…’
Sterrenspringen in de kosmos
De witte waas van paniek wordt donker. Heel donker. Zelfs zó donker, dat ik de sterren kan zien. En… zijn dat planeten? Wow, wat vét, ik kan erop lopen. Voelt wel lekker spongy. Zou ik er ook op kunnen springen? Het lijkt wel een springkussenparadijs midden in een zwart universum met glitters. Ik slinger in slow motion aan planetenringen en vlieg mee op vallende sterren. Hé, wat hoor ik daar? Is er iemand verdrietig? Kan dat hier? Ik ga toch even kijken, volgens mij komt het daarvandaan. Ja… het is echt gehuil… dat is… babygehuil! Besef raakt me als de bliksem: MIJN BABY IS ER!
Even parkeren in het universum deed wonderen. Maar terug op aarde realiseer ik me dat mijn prachtige, gezonde baby boy in mijn armen pas echt pure magie is. Ik heb het tegen alle verwachtingen in weer overleefd. En dat omdat de lachgas me de kosmos liet verkennen als een stonede Alice in Wonderland op een space trip.
‘Voor de volgende bevalling gaan we weer naar Taiwan!’




