Pyjama’s, poep en nachttrofeeën
Het was 21.20u en ik stond in de keuken alsof ik op het punt stond mijn miniatuurversies een Michelinster te bezorgen. Alles blonk. De flesjes stonden in het gelid als soldaten, klaar voor de nachtelijke veldslag. De melktoren stond paraat. De thermoskan? Heet. De broodjes? Gesmeerd. Voor ontbijt én school. Als er ooit een olympische discipline ‘Voorbereidend Ouderschap Wanneer Echtgenoot Op Zakenreis Is’ komt, dan sta ik op het podium met goud, zilver én brons.
Ik kroop in bed met een zucht die waarschijnlijk tot in het dorp te horen was. Alles was klaar. Alles onder controle. Nog genoeg tijd over voor het hoogtepunt van m’n dag: een uur lang verloor ik mezelf in het 200 jaar oude Schotse liefdesverhaal tijdens de laatste Outlander-aflevering. Daarna zou ik slapen als een baby. Ironisch, want baby’s slapen helemaal niet. Maar hé, dromen mag.
Fast forward naar 00.00u
‘Whaaaaa!’ Baby’s nachtshow begint stipt op tijd. Ik strompel naar haar kamer als een slecht opgeladen robot, maak een flesje met de precisie van een barista onder dwang en stop het in haar kleine hongerige mondje. Zij tevreden. Ik halfdood, maar vredig. Tot ik weer in bed lig.
01.30u ‘Maaaaaamaaa!’ Kind. ‘Ik kan niet slapen.’
‘Ben je misselijk? Moet je poepen? Heb je buikpijn?’ brom ik. ‘Dan kan ik je ook niet helpen, gewoon ogen dicht en weer proberen te slapen, lieverd.’
Ik voelde me even een soort slaap-goeroe, tot hij antwoordde: ‘Maar het lukt echt niet.’ Tja. Logisch ook. Heeft-ie natuurlijk heus al geprobeerd. Ik draai me om en hoop dat het hem toch lukt.
03.30u ‘Ik kan nog steeds niet slapen!’
Ik heb zin om te roepen: ‘IK OOK NIET!’ Maar ik kies nog net op tijd voor de diplomatieke route: slokje water, knuffel en een halve leugen over hoe schaapjes tellen hem helpen terug in slaap te vallen.
04.45u Ping ping ping! Babyfoonverbinding verloren, zoekt netwerk…
Pardon?! Die babyfoon is mijn enige lijntje met hoop! Ik druk als een bezetene op alle knopjes die het apparaat heeft, even denk ik dat ik er per ongeluk een raketlancering mee start. Maar goed, verbinding hersteld.
05.30u Baby weer. Wriemelen, piepen. Speentje erin, ninja-style, zonder echt wakker te worden. Missie geslaagd. Gauw weer terug naar m’n eigen bed. Vijf minuten rust. Hemels.
06.00u Kleuter zijn voetstappen op de overloop. ‘Mama, ik moet poepen.’
Tuurlijk. Op het enige moment dat mijn brein net besluit even niet te bestaan. Ik strompel naar de badkamer, waar Kleuter trots op de wc zit alsof hij een trofee wint.
06.30u Baby’s flesje. Ik hou haar in mijn armen, kijk naar het eerste ochtendlicht en denk: sommige mensen betalen voor zonsopgangen. Ik zie ze dagelijks en krijg er een gratis setje wallen bij.
06.50u Kind zijn stem, fris en vrolijk: ‘Mogen we naar beneden?’
Ik knijp mijn ogen dicht. ‘Alleen als jullie mama eerst vijf minuten met haar koffie laten.’
Ze juichen. Alsof ik heb toegezegd om zo meteen met z’n allen naar Legoland te gaan.
En daar zit ik dan, op de bank met mijn koffie, omringd door drie kinderen die allemaal iets willen, vragen of knoeien. En ik glimlach. Want ja, ik ben moe. Maar ik heb het weer overleefd. Zonder koffie-infuus. Zonder tranen (oké, één). En met een huis dat nog overeind staat.
Superhelden dragen capes. Moeders dragen pyjama’s met vlekken en ruiken naar melkpoeder.



