Moederlogica en Minecraft-chaos
Wanneer planning een illusie is en Minecraft de werkelijkheid bepaalt
In een soort tornado-modus raas ik door het huis: afwas weg, kruimels van tafel, Minecraft-ballonnen ophangen, chips in schaaltjes. Terwijl Echtgenoot uitgebreid scrollend zit te kakken, voel ik de tijdsdruk wél. Alles moet perfect zijn, of op z’n minst niet op een ontploft kinderdagverblijf lijken, want over een uur komen de feestbeestjes al. Intussen hoor ik Baby boven jammeren. Ze moet nu slapen, want als de kinderfanfare zo meteen begint, lukt het haar nooit meer om zelf in te dutten. En als Baby niet slaapt, is haar hele routine verstoord en kan ik ook fluiten naar m’n nachtrust. Echtgenoot begrijpt dit niet, want dit is moederlogica.
De week voor Kind zijn zevende verjaardag voelde als een generale repetitie voor een voorstelling die niemand wilde spelen. De Minecraft-traktaties en -uitnodigingen, en de eindeloze discussies over het thema: ‘Nee, we maken er niet “toch wel” een Super Mario-feestje van!’ Ik had lijm aan mijn elleboog, suiker in mijn haar en een to-dolijst die zichzelf vermenigvuldigde als een verkoudheidsvirus op de crèche. Elke avond beloofde ik mezelf dat het morgen rustiger zou worden. Weer een illusie armer.
Terwijl ik de Minecraft-taart inspecteer alsof ik een kwaliteitscontroleur ben (één groen blokje te veel, één bruin te weinig, precies zoals in de game) realiseer ik me dat planning bij kinderfeestjes een mythe is. Echtgenoot ziet een feestje. Ik zie een militaire operatie met te weinig personeel, gebrekkige communicatie en een commandant die ook de catering doet. Toch voel ik ergens onder de chaos een soort weemoed. Alsof ik de enige ben die beseft dat dit ook voorbijgaat. Dat dit, hoe hysterisch ook, het echte leven is.
Dan: een gil. Kleuter ligt op de grond, bloed op zijn voorhoofd, net als ik denk dat het écht niet drukker kan. Ik ren naar hem toe, Baby krijst boven inmiddels op standje luchtalarm en de deurbel gaat: de eerste vriendjes zijn er. Echtgenoot roept van boven dat het ‘vast meevalt’, wat in dit geval betekent: ik hoop dat het vanzelf overgaat en stopt met bloeden. Natuurlijk. Ik druk een nat washandje tegen het hoofd van Kleuter, veeg met de andere hand mijn eigen haar uit mijn ogen en roep: ‘Welkom op het Minecraft-feestje! De vloer is lava en de taart moet op!’



